22-01-2026 Verstand van duiven! (2)

Weergaven: 610

We gaan verder waar we gebleven zijn en dat is het onderstaande punt:

2 Kweken:

Niemand kan een doffer en een duivin uitzoeken, er een koppel van maken en met zekerheid zeggen dat er een topper uit komt. Waarom niet, omdat niemand de juiste kennis heeft. Alle duivenliefhebbers zijn aan het gokken als het op de koppelingen aankomt. Zo, dat is nog eens een strakke opmerking. Ik ga u uitleggen waarom niemand dit kan.

Van de duif is bepaald de precieze volgorde van de bouwstenen in een molecuul, genaamd DNA, wat betekent dat we de volledige genetische code hebben. Hoewel het DNA er is, is de exacte functie van elk van de 25.000 genen en hun onderlinge interacties nog niet volledig ontrafeld, vooral wat betreft complexe eigenschappen als vliegprestaties. Kortom, we kennen de ‘bouwtekening’ (het DNA), maar begrijpen nog niet volledig hoe elk onderdeel precies werkt en samenwerkt voor de uitzonderlijke prestaties van een postduif.

Zolang het bovenstaande vraagstuk niet is opgelost, blijven wij met zijn allen gokken met de juiste koppelingen.

De persoon die veel van het kweken af weet is Steven van Breemen, hij schreef zijn eerste boek “De Kunst van het Kweken”, samen met Prof Alfons Anker. Dit boek is al jarenlang een absolute bestseller onder duivenliefhebbers over de gehele wereld en leert u alles over de kunst van het kweken van duiven. Klik hierop om naar zijn site te gaan waar u al zijn e-books kunt bestellen.

We kunnen wel het succes van de koppelingen versnellen, in de hoop dat er dan meer goede prestatie duiven worden voortgebracht uit de koppeling. Steven van Breemen heeft met zijn boek een eerste goede aanzet gegeven. Hoe we dat nog meer kunnen doen, geef ik aan met 2 praktijk voorbeelden.

Jan Hooijmans zijn duivenplezier zit hem vooral in het kweken van postduiven. Hij heeft een geweldig kweekpaleis gebouwd. In 2021 schreef ik er al een blog over hoe goed hij bezig is. Zijn jongen gaan naar 2 vlieghokken in Nederland, naar 2 vlieghokken in België en naar 1 vlieghok in England. Daarnaast gaan er ook nog jongen naar de 3 grootste eenhoksraces. Hierdoor krijgt hij veel inzicht wat zijn jongen presteren en wat zijn succesvolle koppelingen zijn en welke koppelingen hij moet aanpassen.

Het verhaal van Bas Verkerk is ook zeer interessant. Bas zegt dat het een zeldzaamheid is dat een koppel 2 supers geeft. Hij heeft 50 kweekkoppels zitten en koppeld zijn kwekers 2x om in het seizoen. Dus hij heeft jongen zitten uit 150 verschillende kweek koppelingen. Daarnaast maakt hij gebruik van voedsterkoppels en kan zelf 600 jongen herbergen. Zes afdelingen voor de jongen van maximaal 100 jongen. Tel daarbij op al zijn jongen voor de verkoop en hij krijgt zodoende veel informatie van zijn eigen jongen en hoe de verkochte jongen presteren of kweken. Daarbij komt nog dat hij zijn beste prestatieduiven niet verkoopt waardoor hij zeer veel topduiven in zijn kweekploeg heeft zitten. Zo probeerd Bas meer inzicht te krijgen van zijn kweekkoppels/kweekduiven. Dit alles in de hoop dat hij door zijn systeem meer topduiven zal kweken.

We staan dus wat betreft het kweken allemaal aan de startlijn op hetzelfde punt, als we het gaan vergelijken met een marathon wedloop.

Jan Hooijmans, Bas Verkerk en Steven van Bremen met zijn lezers van zijn boek de kunst van het kweken, met de erfelijkheidsleer die dit in de praktijk brengen, hopen een voorsprong te krijgen op de andere liefhebbers. (Erfelijkheidsleer, ook bekend als genetica, is de tak van de biologie die de overerving van eigenschappen van ouders op hun nakomelingen bestudeert, en de mechanismen van variatie in organismen onderzoekt, zoals hoe genen en DNA deze kenmerken doorgeven.)

De duivenmelkers met voldoende kennis van de postduif in mijn voorgaande blog, de maximaal 5 personen die de beste duif uit je hok kunnen zoeken en de groep van 100 tot maximaal 200 liefhebbers die de kennis hebben, kunnen ook al vlot een voorsprong nemen, omdat die groep alleen kweekduiven zal gaan inzetten die geen foute kenmerken hebben. Omdat ik zelf die kennis niet heb, is de kans zeer groot dat ik duiven met fouten in mijn kweekhok heb zitten. Daar kom ik pas achter als ik naar 3 jaar bekijk of een kweker voldoende goede jongen heeft voortgebracht die goed presteren, om te kunnen blijven zitten in het kweekhok. Mijn selectie bij mijn kweekduiven is zeer hard en ik heb honderden duiven getest in mijn 53 jarige loopbaan als duivenmelker of deze geschikt waren als kweker. Het bovenstaande heb ik besproken met Martin van Zon en hij concludeerde dat ik ook de finish wel zou halen maar dan met een achterstand van minimaal 2 volle jaren en bij mij 3 volle jaren, ten opzichte van de groep die wel de kennis hebben van de duif. Het loont zich dus om advies te vragen aan een liefhebber met voldoende kennis van een duif als jezelf onvoldoende kennis hebt, het scheelt veel tijd en jongen die je kweekt die niet voldoen.

Omdat ik onvoldoende verstand van een duif heb verspeelde ik bij het eerste punt al gauw een paar jaar ten opzichte van de liefhebbers die er wel verstand van hebben. Nu bij het kweken kom ik uiteindelijk wel aan de finish zonder de juiste kennis van de duif, maar verspeel weer 2 of zelfs 3 volle jaren. Het geluk is wel dat je kunt spelen met duiven en ook kunt kweken in hetzelfde jaar. Uiteindelijk lig ik dus 3 jaar achter op de hoofdgroep met voldoende kennis maar bereik wel de finish en heb alleen maar achterstand opgelopen in tijd.

De volgende blog is punt 3 en laat dat nu het hok zijn. Haha, het eerste punt waarbij mijn kennis van het duivenhok een zeer dikke voldoende krijgt.


Wetenswaardigheden:

De kans op een super prestatieduif is groter als je veel jongen kweekt uit goede duiven, vandaar dat liefhebbers gebruik maken van voedsterkoppels.

Pas op, uit onderzoek is bewezen dat als je meerdere kwekers in 1 hok/ren zitten, dan mag je rekenen dat bij de eerste ronde er geen duif vreemd gaat. Maar bij de tweede ronde is dat al 20% tot 30% en de rondes daarna loopt het al op naar meer dan 50% vreemd gaan. Zonder dna test weet je dus beslist niet zeker of de afstamming wel goed is.

De belangrijkste aspecten bij het kweken van postduiven zijn gezondheid (vrij van ziekten via mestonderzoek), optimale voeding (gespecialiseerde kweekmengelingen, mineralen), een goede omgeving (temperatuur, verluchting, schoon hok), juiste timing (na rui, 6-18 uur licht), en goede selectie (genetische kwaliteit). Geduld en toewijding zijn cruciaal voor het succesvol kweken van kampioenen.