19-02-2026 Verstand van duiven! (8) MOTIVEREN

Weergaven: 140

Motiveren is volgens mij één van de belangrijkste zaken om je duiven op tijd te krijgen van een wedvlucht. De beginvoorwaarde is wel dat je hok goed moet zijn, je moet goede duiven hebben en die moeten gezond zijn.

Door de jaren heen, ben ik er een behoorlijke specialist in geworden, en heb het systeem steeds verder en beter ontwikkeld. Mijn systeem is dat ik met al mijn duiven op weduwschap speel, en dan 2 duivinnen op 1 doffer. Elke week gaat alles mee, uitgezonderd een laatkomer of gekwetste duif.

Het systeem begint al met het koppelen van de duiven. Ik heb 2 afdelingen met 12 broedvakken, dus 24 broedvakken. We gaan er nu even vanuit dat ik 24 doffers heb en 48 duivinnen om mee te vliegen. Ik heb dan een A ploeg duivinnen van 24 stuks en een B ploeg duivinnen van 24 stuks. In de A ploeg zitten alle oude duiven en in de B ploeg alle jaarlingen. Heb ik maar 20 oude duiven dan vul ik die aan met jaarlingen. De A ploeg mag op jongen komen en de duivinnen worden afgezet met de jongen zoals u in mijn voorgaande blog kon lezen. De B ploeg duivinnen laat ik op eitjes komen en mogen die niet uitbroeden, daar is geen tijd voor om alles op tijd, op weduwschap te kunnen laten trainen voor de eerste wedvlucht.

Ik vindt het belangrijk dat ik niet ga bijlichten voor of tijdens de kweek. (In Hengelo heb ik nog nooit bijgelicht) Ik denk dat het de prestaties ten nadele, in het hoogseizoen beïnvloed. Je hebt je duiven voor de gek, ze denken dat de zomer er aan komt en dat breek je weer af op het moment dat je het bijlichten beëindigd. Zo denk ik ook dat het verduisteren van je duiven niet nadelig is voor de prestaties, maar dat je zelf mooi het moment kunt bepalen wanneer je duiven moeten pieken/presteren. Ook het bijlichten na de langste dag zal geen nadelige prestaties opleveren. (Ga ik dit jaar voor het eerst proberen ivm de natourvluchten) Het verschil is, dat je in het voorjaar, in de tijdlijn van de zon op en onder, een piek aanbrengt die daar boven uit stijgt. Met het verduisteren blijf je binnen de tijd van zon op en onder zitten, en met het bijlichten na de langste dag hou je de piek vast. Ik geloof er dan ook in dat de kampioenen die wel bijlichten met hun vliegduiven tijdens de kweek nog beter hadden kunnen presteren in het hoogseizoen. Je moet het zien dat een duivin op haar eerste jongen een stuk gemotiveerder is dan dat ze op haar 2e broed jongen zit.

Tevens mogen mijn vliegduiven zelf een partner uitzoeken, wel zet ik de oude doffers en oude duivinnen elk jaar op de afdeling waar ze in gezeten hebben. Je moet ze niet van afdeling verwisselen dat gaat ook ten koste van de prestaties.

Het is wel een systeem die niet voor iedereen is weg gelegd, je moet veel geduld op kunnen brengen. Ik noem het wel, het chaos systeem. Ik zorg er wel voor dat ik alles goed administratief bijhoud en dat uiteindelijk alle duiven gekoppeld zijn. Zo moet ik wel eens bijsturen. In afdeling 1 zitten 12 doffers maar ik had maar 11 koppels die op nest zaten. Als ik in die afdeling kom dat zit er meteen een schimmel duivin op mijn schouder, ze wacht gewoon op mij. Niet toevallig was deze duivin niet gekoppeld, ik heb haar opgesloten met de laatste doffer die niet gekoppeld was en het was meteen dik in orde.

Nadat de B ploeg duivinnen ongeveer een 14 dagen heeft gebroed, gaat alles op weduwschap. De A ploeg duivinnen zitten dan al een aantal weken op weduwschap.

Het is belangrijk om de duivinnen op alle Vitesse en Midfond gemotiveerd te houden. Dat doe ik om vanaf de laatste africhtingsvlucht van het seizoen alle duivinnen op de dag voor het inkorven s’avonds na hun training op de doffers te laten vallen, dus in mijn 2 afdelingen met de 24 broedvakken. Ik heb een heel systeem opgezet met de broedvakken die op half staan met de motivatiebak ervoor, maar wel gesloten. Zie de onderstaande blog.

Wat wel zeer belangrijk is, is het wegpakken van de volgorde van de duivinnen. Meestal zit de doffer met 1 duivin in het broedvak die op half staat, dat half staan voorkomt dat ze echt kunnen gaan vechten. Bij een deel van de doffers zit de tweede duivin op de motivatie bak en een deel van de duivinnen wacht hun kans af op een zit schapje.

Zo staan mijn broedvakken op half met de motivatie bak er voor. Dit voorkomt het vechten bij thuiskomst omdat er altijd een duif hoger kan gaan zitten. Hierdoor kan ik op het dak blijven zitten en hoef ik niet in te grijpen. Wanneer de broedvakken open zouden staan dan was de ellende niet te overzien, omdat ze dan tot bloedens toe blijven vechten. Dit is nog een oude foto op de roosters liggen nu vloer platen.

Belangrijk is, dat eerst de duivin wordt gepakt die bij de doffer zit. Dat geeft de andere duivin (meestal B ploeg) de gelegenheid om ongestoord bij haar doffer te gaan zitten. Die pak ik dan pas na een kwartier of halfuur weg. Zo krijgen alle duivinnen de tijd om met hun doffer samen te zijn.

Het is ook belangrijk dat de jaarling duivinnen en doffers vanaf de africhtingsvlucht door de week een 30 km worden weg gebracht voor een lapvluchtje. Voordeel is dat ze ritme op doen en dat de jaarling duivinnen (B ploeg) wel meteen bij hun doffer terecht kunnen. Ik laat dan eerst de doffers los zodat de duivinnen niet op hun doffer hoeven te wachten. Het verbeterd aanmerkelijk de prestaties van de jaarlingen. Mijn duiven moeten weten, dat als ze in de mandjes worden gepakt, ze bij thuiskomst als beloning de partner te zien krijgen.

Bij de thuiskomst van een wedvlucht is het meestal een gecontroleerde chaos. Vaak heb ik duivinnen voorop, dus die moeten op hun doffer wachten. Komt duivin nummer twee eerst voordat de doffer er is, dan wordt het even vechten, maar zoals ik al vertelde kan er altijd 1 duivin wegkomen door op de motivatie bak te gaan zitten.

Met het wekelijks laten vallen van de duivinnen op de dag voor het inkorven op de doffers, en het wekelijks lappen van de jaarlingen, voorkom ik dat bij de duivinnen de motivatie terug loopt omdat ze wellicht vaak moeten wachten op hun doffer bij thuiskomst van een wedvlucht.

Maar er is nog meer, ik hou alle jongen aan om die toe te voegen aan mijn vliegploeg. Uitgezonderd niet gezond of 2x op dag 2 thuis komen. Zo heb ik zelden maar 24 doffers, nu zijn het er 27 en ik heb bij mijn jaarlingduivinnen nog 1 doffer zitten. Dan zet ik in afdeling 1 met de 12 broedvakken 13 doffers op die afdeling. Er zitten nu in afdeling 2 op 12 broedvakken maar liefst 15 doffers, een aantal doffers broeden op de grond. Het houd wel in dat een aantal doffers maar 1 duivin hebben maar dat neem ik op de koop toe. Het voordeel nu is dat de overtallige doffers wel een broedvak willen hebben en dat ook de doffers die wel een broedvak hebben dat weten. Het bevalt mij uitermate goed want ik kan nu ook doffers voorop draaien terwijl dat de eerste jaren in Hengelo niet lukte.

Ook heb ik in de beide afdelingen met de broedvakken, zitschapjes hangen, die ik kan uitklappen.

Ik heb een hekel aan duivinnen die samen gaan zitten, vaak veroorzaakt het mindere prestaties bij die duivinnen. Ik heb al geprobeerd om die bij elkaar te laten zitten maar dat is ook geen echte oplossing. Mocht het nu weer gebeuren dan verhuis ik één van de twee duivinnen naar de afdeling van de jongen.

Vorig jaar heb ik een paar duivinnen die onderling gingen paren in het voorgaande seizoen, verhuist naar mijn kleine hokje. Dus bewust op een ander hok gezet zodat ze niet meer onderling konden gaan paren. De 918 was 1 van die duivinnen, ze wilde zo graag terug naar haar oude broedvak, dat ze 2 vluchten achter elkaar de 1e prijs pakte in de CC4. Dat alleen maar doordat ze extra gemotiveerd was. Nu gebruik ik het kleine hokje niet meer als vlieghok, maar zijn de kwekers erop gekoppeld. De 918 zit nu weer op haar oude broedvak, hopelijk gaat ze niet weer onderling paren met een andere duivin.

Ik ken 2 liefhebbers die het afgelopen jaar voor het eerst twee duivinnen op 1 doffer hebben gespeeld. Één van die liefhebbers speelt niet met zijn doffers. Ondanks dat feit vond hij het spel zeer lastig. Het kost echt tijd om je het spel eigen te maken. Zelf wil ik ook weten wat mijn doffers kunnen en ik zie graag veel duiven thuis komen, vandaar dat ik alle duiven speel.

Nog twee belangrijke aspecten;

  • Ik toon nooit de duiven voor het inkorven, ze zien elkaar door de week zeker 1 keer en de jaarlingen zelfs 2 keer. Ik stop daar wel mee, na een keer of vier, dan snappen ze het spelletje wel. Mijn duivinnen gaan dan ook zeer rustig de mand in, bij de doffers is het soms wat minder rustig. (Vooral in het begin)
  • De vliegduiven trainen maar 1x per dag maar wel verplicht anderhalf uur.

Als laatste, het voeren van de vliegduiven, dat is een kunst en komt vaak op de laatste 4 voerbeurten aan. Het weer en de wind bepalen hoe lang er gevlogen moet worden en hoeveel vetten een duif moet opnemen voor het aantal uren dat de duif moet vliegen. Het volgende onderwerp is dan ook het Weer. Als mijn duiven terug komen van de wedvlucht ben ik al bezig met het Weer voor de volgende vlucht.

Wat is een doffer met drie duivinnen? Antwoord, een paradijsvogel.

Wat is een doffer met twee duivinnen? Antwoord, een geluksvogel.

Wat is een doffer met één duivin? Antwoord, een pechvogel.